Dit project vond haar oorsprong in
een fascinatie voor de Yixing-theepot. De manier
waarop dit object door gebruik, tijd en aandacht een
vorm van geheugen opbouwt, intrigeerde mij. Het
idee dat een materiaal zich kan laten “opvoeden” en
zo geleidelijk betekenis kan accumuleren, vormde
een aanknopingspunt binnen het bredere thema van
zorg.
Van daaruit stelde ik mij de vraag welke andere materialen zich ook kunnen laten ‘opladen’ of ‘opvoeden’ Zo kwam ik onder andere uit bij speksteen, dat ‘opgeladen’ kan worden met warmte en bij terracottasteen dat kan ‘opgevoed’ worden met geur.
Vanuit deze fascinatie, bestudeerde ik twee evoluties binnen het wonen doorheen de tijd: de omgang met geur en met warmte.
Doorheen de geschiedenis is geur stelselmatig uit het huis geëlimineerd, terwijl door de mens geactiveerde warmtebronnen zijn geëvolueerd naar een anonieme achtergrondtemperatuur.
Geur is het enige zintuig dat de thalamus niet passeert om vervolgens naar de cortex gestuurd te worden. Reukinformatie wordt rechtstreeks doorgestuurd naar het limbisch systeem, een hersengebied dat nauw verbonden is met geheugen en emotie. Dit impliceert dat geur herinneringen en gevoelens kan oproepen zonder rationele filtering. Deze gedachte doet onvermijdelijk denken aan Proust en zijn geliefkoosde madeleine, waarvan de geur en de smaak hem onverwacht terugvoeren naar een vergeten herinnering:
« Mais, quand d’un passé ancien rien ne subsiste, après la mort des êtres, après la destruction des choses, seules, plus frêles mais plus vivaces, plus immatérielles, plus persistantes, plus fidèles, l’odeur et la saveur restent encore longtemps… » (Proust, 1913/2015, p. 100)
Zoals Alain Corbin beschrijft, vond er na 1750 een fundamentele verschuiving plaats in de perceptie van geur. De tolerantie-drempel daalde abrupt. Dit hing samen met de dominante miasmatheorie, waarin geur gold als het waarneembare spoor van onzichtbare, giftige deeltjes die ziektes verspreidden. Dit had gevolgen op grote schaal — kerkhoven werden bijvoorbeeld naar de rand van de stad verplaatst — maar ook op kleinere, meer alledaagse schaal. Muren, vloeren en hout werden gezien als opslagplaatsen van geur. De reactie hierop was een neiging om poreuze materialen te dichten en glad te maken.
De omslag naar niet-poreuze, gesealde materialen heeft naar mijn mening een prijs. Poreuze materialen (hout, mortel, wollen tapijten) absorbeerden de geuren van bewoning: herinneringen, mensen, tijd. Die geuren konden zich settelen in het materiaal en zo een plek een unieke atmosfeer geven. Door angst voor miasma werd het interieur ontdaan van het olfactorisch geheugen.
Net zoals bij de Yixing-theepot, waar geur zich door gebruik in het materiaal nestelt en een gelaagde geschiedenis vormt, konden ook architecturale materialen ooit een dergelijke vorm van geheugen dragen.
Geuren die emoties oproepen — van een vertrouwde ruimte, een geliefde persoon, een bepaalde tijd — kunnen zich niet meer vastzetten in het materiaal. De prijs van hygiëne is ook een verlies van zintuiglijke diepte.
Op het vlak van warmte baseer ik me op het werk van Lisa Heschong. In Thermal Delight in Architecture beschrijft zij hoe tegenwoordig warmte steeds meer gereduceerd wordt tot een abstracte en constante achtergrondconditie. Waar warmte vroeger lokaal en voelbaar aanwezig was — rond een haard, in een zonbeschenen hoek of in de nabijheid van een warm object — wordt zij vandaag onzichtbaar gereguleerd door technische installaties die streven naar een uniforme temperatuur. Volgens Heschong schuilt hierin een fundamenteel verlies. Thermische ervaring ontstaat immers niet uit constante neutraliteit, maar uit contrast, overgang en lichamelijke gewaarwording: de warmte van zonlicht tegenover schaduw, de beschutting van een warme plek tegenover de koelte van een andere ruimte.
Het hedendaagse streven naar een perfect gecontroleerd binnenklimaat heeft deze thermische gelaagdheid grotendeels weggefilterd. Warmte wordt daardoor niet langer ervaren als een affectieve kwaliteit van ruimte, maar als een neutrale technische norm. Net daarom interesseert mij het idee van warmte als iets relationeels en nabij: niet als een onzichtbare achtergrondconditie, maar als een concrete aanwezigheid die zich met het lichaam mee doorheen het huis verplaatst.
Dit vormt het theoretische vertrekpunt van dit project. Ik tracht een installatie te maken die de waarde die geur en warmte in zich dragen terug ervaarbaar maakt en de zintuiglijkheid terugbrengt. Dit resulteert in de ontwikkeling van een plek waarin er bewust wordt omgegaan met warmte en geur. Hierbij wordt er vertrokken vanuit 2 stenen, namelijk speksteen en terracottasteen. Deze kunnen respectievelijk opgeladen worden met warmte en opgevoed worden met geur.
De installatie kan benaderd worden als de oogstplaats van warmte en geur. De personen die gebruik maken van de oogstplaats, brengen dag na dag een reeks geuren aan, afkomstig uit herinnering of uit nieuwsgierigheid naar geuren. De stenen worden ingewreven, ondergedompeld en gestoomd. Er wordt getracht verschillende lagen geur in te brengen. Na elke opvoedingssessie verandert de terracottasteen: de geur wordt dieper, complexer en gelaagder.
Een opvoedingssessie vertrekt vanuit een persoonlijke intentie. De gebruiker, de opvoeder, betreedt de opvoedingsruimte met de voor hem / haar nodige ingrediënten om een specifieke beleving van geur op te roepen. Dit kan variëren van een geheel recept voor speculooskoeken tot niet – eetbare ingrediënten, zoals eucalyptus. De keuze van ingrediënten is intuïtief en niet voorgeschreven. Het weerspiegelt een individuele herinnering of nieuwsgierigheid.
De opvoedingsplaats is geïnspireerd op de typologie van een keuken maar wijkt af van het alledaagse gebruik ervan. De ruimte wordt niet ingezet voor functioneel koken, maar uitsluitend op momenten waarop de intentie gericht is op geurbeleving. Binnen deze setting bestaat een reeks mogelijke handelingen die structuur bieden aan de sessie. De terracottasteen kan namelijk op verschillende manieren met geur worden verrijkt. Stomen: de steen wordt gepositioneerd boven een bron van geurende damp, waardoor de opstijgende geuren geleidelijk in het poreuze materiaal dringen. Overgieten: geconcentreerde infusies of restvloeistoffen worden over de steen gegoten om geurcomponenten dieper in te brengen. Inwrijven: met behulp van een vijzel worden geurdragende ingrediënten fijngemalen en over de steen gewreven. Eenmalige opvoeding resulteert slechts in een vluchtige aanwezigheid van geur. Het is door herhaling dat de steen zich ontwikkelt: elke sessie voegt een nieuwe laag toe, waardoor de geur complexer, dieper en rijker wordt. Het opvoeden is daarmee geen eenmalige handeling, maar een accumulatief proces dat tijd, aandacht en toewijding vereist.
Doorheen het proces wordt ook warmte opgewekt. Tijdens het gebruik van een gasbrander bevindt zich een speksteen tussen de vlam en de kookpot. Deze steen absorbeert geleidelijk de warmte en fungeert als thermische accumulator. Tegen het einde van de sessie is niet alleen de terracottasteen “opgevoed” met geur, maar is ook de speksteen “opgeladen” met warmte.
De opvoedplaats bestaat uit een dubbele schil. De binnenste zone is omringd door vilt, dat dient om de geur te concentreren en door zijn dempend karakter de focus binnenin de schil te maximaliseren. In de tweede schil bevindt zich de opslagplaats van de stenen die zich in het opvoedingsproces bevinden.
De handeling van opvoeding genereert voor de opvoeder een grote zintuigelijke ervaring. Het actief oproepen van een geur voert de opvoeder terug naar een specifieke plaats of herinnering. Ook resulteert de opvoedingssessie in een opgevoede steen en een opgeladen steen die beiden ‘geoogst’ kunnen worden en meegenomen kunnen worden. De geursteen om op iedere plek in de gehele woning een intiemere, persoonlijkere sfeer te creëren en de warmtesteen als een affectieve metgezel.
Wanneer deze installatie zich bevindt in een collectieve woonomgeving, denk aan een ‘artists in residence’ plek, wordt dit ook een sociale plek. Mensen komen elkaar tegen wanneer ze op zoek zijn naar een unieke persoonlijke beleving via geur of wanneer ze een affectieve metgezel willen opladen. Hier kunnen ze ook getroffen worden door de geuren van de anderen die hun onverwachts kunnen raken. Omdat geur een uiterst persoonlijke en niet-eenduidige prikkel is, roept zij bij elke bezoeker andere emoties en herinneringen op. Mijn project vertrekt bewust vanuit deze subjectiviteit.
Yixing ware. (2026, 31 mei). In Wikipedia. https://en.wikipedia.org/wiki/ Yixing_ware
Sullivan, R. M., Wilson, D. A., Ravel, N., & Mouly, A.-M. (2015). Olfactory memory networks: from emotional learning to social behaviors.
Frontiers in Behavioral Neuroscience, 9, 36. https://doi. org/10.3389/fnbeh.2015.00036
Proust, M. (2015). À la recherche du temps perdu I: Du côté de chez Swann (Première partie). La Bibliothèque électronique du Québec. (Origineel werk gepubliceerd in 1913)
Corbin, A. (1986). The foul and the fragrant: Odor and the French social imagination. Berg Publishers. (Origineel werk gepubliceerd in 1982 als Le miasme et la jonquille)
Heschong, L. (1978). Thermal delight in architecture [Masterthesis, Massachusetts Institute of Technology].